De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Beverburcht en de preventiepiramide

maandag, 23 mei 2016

Beverburchtboeken worden in verschillende situaties ingezet, naargelang de behoefte van zorg of aandacht voor een socio-emotioneel thema. Beverburcht biedt niet enkel “moeilijke” of beladen thema’s aan, maar ook thema’s die positieve gevoelens naar boven halen en een leuke sfeer oproepen. 

Ook dit is werken aan welbevinden van kinderen.
Welke mogelijkheden zijn er?  Hoe kijk je naar de Beverburchtwerking in deze “brede” zin?

Hiervoor gebruik je de preventiepiramide. Dit indelingskader is de basis van de werkmap WOS (Welbevinden Op School) voor basisscholen in Limburg. 
Je kijkt naar het werken met kinderboeken/verhalen vanuit verschillende doelen en thema’s. Voor een concrete vertaling citeren we het aanbod van “Een verhaal op maat” van Luk Depondt, jeugdauteur, medewerker van CEGO, navormer en redacteur van de werkmap WOS. 

Niveau 1: fundamentele preventie (leefklimaat)

(Voor)lezen staat – als het even kan - synoniem met (samen) genieten, (samen) geboeid of ontroerd zijn. Het leidt vaak tot het delen van ervaringen en draagt op die manier bij tot een positieve sfeer en tot meer verbondenheid.
Daarnaast  kun je gevoelens, verlangens en gedachten  uiten.

Niveau 2: algemene preventie (verkennen/aanleren vaardigheden en houdingen)

In verhalen en gedichten lezen, horen en zien kinderen hoe de personages al dan niet:

  • eigen gevoelens erkennen/toelaten/aanvaarden
  • eigen gevoelens onderscheiden en verwoorden
  • eigen gevoelens op een genuanceerde manier tot uitdrukking brengen
  • zich inleven in de gevoelens en de zienswijze van anderen
  • ervaren welke invloed hun gedrag uitoefent op anderen

Niveau 3: specifieke preventie (voorkomen van problemen)

Kinderliteratuur nodigt kinderen uit om:

  • stil te staan bij gevoelens en behoeften bij mogelijke “moeilijke situaties”
  • stil te staan bij gedragsalternatieven en mogelijke oplossingen bij mogelijke “moeilijke situaties”
  • te verkennen hoe relatiewijzen op een meer constructieve manier ingenomen worden.

Daarnaast staat kinderliteratuur stil bij:

  • hoe je opkomt voor iemand die het moeilijk heeft
  • het constructief omgaan met conflicten
  • druk, agressief, teruggetrokken (…) gedrag van een kind
  • mogelijke reactiewijzen op druk, agressief, teruggetrokken (…) gedrag.

Niveau 4: curatie (problemen aanpakken/remediëring)

Kinderliteratuur ondersteunt kinderen om:

  • een beter zicht en “greep” te krijgen op moeilijke gevoelens en behoeften
  • een beter zicht en “greep” te krijgen op een moeilijke situatie
  • manieren te ontdekken om spanningen te uiten en te verwerken
  • kansen te grijpen tot (vrije) expressie van wat in hen leeft
  • identificatiemogelijkheden te vinden
  • negatief gedrag te “vervangen” door meer constructief gedrag
  • beter te reageren op druk, agressief (…) gedrag van een zorgenkind
  • binnen hun mogelijkheden en draagkracht zorg te dragen voor een kind met moeilijkheden