De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
PNC

A tot Z (Merkwaardige bomen)

Iepen

Iep of olm

De iep of olm is een geslacht van loofbomen (Ulmus). De bladeren hebben een ongelijke bladvoet, zijn veernervig en hebben een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand.

Iepen determineren, is geen eenvoudige opdracht

Ulmus kent 25 soorten en botanische variëteiten. Daarnaast zijn er heel veel hybriden of kruisingen en cultuurvariëteiten, waardoor het aantal taxa tot ver boven de honderd uitkomt die soms moeilijk te determineren zijn.
Wij kennen drie inheemse soorten: de fladder- of steeliep (U. laevis), de bergiep of ruwe iep (U. glabra) en de veldiep (U. minor). Daarnaast komen er veel hybriden voor. Vanouds bekend zijn de Hollandse iepen (U. x hollandica klonen) en de hybriden van U. minor en U. glabra. De Hollandse iep, Ulmus x hollandica "Belgica",  is samen met de Hollandse linde, Tilia x europaea, dé boom bij uitstek van de lage landen.
Iepen behoren tot de oudste gecultiveerde bomen op aarde. De Engelse iep (een vorm van de veldiep Ulmus minor), U. procera "Atinia",werd vanaf 1550 in meidoornhagen geplant en heeft het Engelse landschap eeuwenlang gedomineerd. Deze iepenkloon is al beschreven door Columella omstreeks 50 na Chr. Er zijn zelfs aanwijzingen dat hij door de Grieken was geselecteerd voor ondersteuning van wijnranken en in Frankrijk werd ingevoerd omstreeks 600 v Chr als veevoer.

Van bos naar laan

Hoewel de iep van nature in gemengde loofbossen voorkomt en het hout van zeer goede kwaliteit is, werd de iep in de lage landen een echte laanboom. Dit is het gevolg van zijn unieke eigenschappen. Iepen groeien goed op verschillende bodemtypen (klei, leem, zand en veen, mits niet te arm en niet extreem nat of droog). Bovendien gedijt de boom goed in ons klimaat, landinwaarts en aan de kust. Doordat de iep windvast en bestand is tegen zoute zeewind, is hij karakteristiek voor de kustprovincies. Daarnaast is het een stadsboom bij uitstek vanwege het goede herstelvermogen na beschadiging van wortel of stam, de relatieve ongevoeligheid voor luchtverontreiniging, de geringe invloed van ziektes en plagen (met uitzondering van iepenziekte), de geringe droogtegevoeligheid en het vermogen om zelfs in verdichte bodems nog een redelijk omvangrijk en diepgaand wortelstelsel te ontwikkelen.

De iep groeit vrij snel waardoor de bomen al op relatief jonge leeftijd (25 jaar) een forse omvang kunnen hebben. Daarbij kunnen de bomen, ook vanwege hun maximale leeftijdsverwachting (onder goede omstandigheden meer dan 200 à 250 jaar), een monumentale status bereiken.

Wereldwijde epidemie

De achteruitgang van de iepen is in België vooral te wijten aan de iepenziekte. Deze ziekte wordt veroorzaakt door Ophiostoma ulmi sensu lato, een schimmel die wordt overgebracht door iepenspintkevers (Scolytis scolytis en Scolytis multistriatus). Daarnaast gebeurt de verspreiding in laan- en wegbeplantingen ook via wortelcontacten.

De iepenziekte kende diverse golven. De eerste beschrijvingen dateren van rond 1920. Een tweede wereldwijde iepziekte-epidemie vond plaats omstreeks 1940. Het resultaat was de uitroeiing van het grootste deel van de volwassen iepen in Europa. Men schat dat tussen 1919 en 2000 in Nederland en België zeker negentig procent van de iepen door de iepziekte of door preventief ruimen is verdwenen. Daardoor onderging het landschap een behoorlijke verandering. Een iep aantreffen in Vlaanderen is dan ook eerder een uitzondering dan een regel.

In België wordt de iepenziekte nog steeds bestreden via het K.B. van 25 augustus 1971 (tot uitvoering van de Wet van 2 april 1971). Dit besluit verplicht eigenaars van iepen om hun bomen te controleren en deze bij aanwezigheid van de schimmel te vellen, te ontschorsen of chemisch te behandelen.
De ziekte kan ook bestreden worden door bomen preventief te enten. Verder zijn er rassen (cultivars) ontwikkeld die de schimmel (en dus ook de ziekte) goed kunnen weerstaan. In Vlaanderen is men evenwel argwanend t.o.v. de aanplant van resistente iepenklonen.

De monumentale iep van Hasselt

In het centrum van Hasselt staat een monumentale iep die gespaard is gebleven van de iepenziekte.
De Limburgse Bomenwerkgroep inventariseerde dit prachtexemplaar in 2017. De boom groeit op de hoek van het Kolonel Dusartplein en de Badderijstraat, heeft een omtrek van 3,52 m en een hoogte van 22 m. Waarschijnlijk zorgde de geïsoleerde ligging ervoor dat de ziekteverwekkende schimmel de boom nooit heeft bereikt.

De boom werd gedetermineerd als Ulmus x hollandica "Belgica",  een kruising van de veldiep en bergiep. De Hollandse iep of Ulmus x hollandica werd vermoedelijk al in 1634 gekweekt. Het staat vast dat Ulmus x Hollandica "Belgica" voor het eerst is gecultiveerd in de boomkwekerij van de Abdij Ter Duinen (West-Vlaanderen) in 1694. Deze olm werd ook "vette olm" genoemd omwille van de snelle groei. Ulmus x hollandica "Belgica" is eeuwenlang economisch erg belangrijk geweest en is nog steeds geroemd vanwege de elegante vorm. De boom staat model voor de ideale boomvorm in elk Europees iepenveredelingsprogramma. Ulmus x hollandica "Belgica" werd pas in het begin van de 19e eeuw in de Nederlandse kwekerijen geïntroduceerd onder de naam "de vlieger". Tussen 1850 en 1928 bestonden bijna alle iepenbeplantingen in Nederland en Vlaanderen uit deze cultivar.

Over de juiste variëteit van de Hasseltse iep zijn de meningen verdeeld. Volgens sommige dendrologen zou het gaan over een hybride die afwijkt van Ulmus x hollandica "Belgica". Volgens anderen zou het wel degelijk een U. x hollandica "Belgica" zijn. Een en ander werd voorgelegd aan een aantal iepenspecialisten uit Nederland (het land bij uitstek van het iepenonderzoek), doch tot op heden is er nog geen uitsluitsel.

Een veerkrachtige Hasselaar

De monumentale Hasseltse iep kende een bewogen leven. Via onderzoek van beeldmateriaal (fotogrammetrie) kon zijn geschiedenis enigszins achterhaald worden. Vermoedelijk werd de boom in 1890 aangeplant bij de oprichting van de toenmalige keramiekfabriek. Daarna vonden er regelmatig werkzaamheden (bijvoorbeeld opslag van materiaal) plaats rond de stam waarbij vele wortels werden geraakt.

Eind jaren 60 werd de oude keramiekfabriek gesloopt en de provinciale bibliotheek gebouwd (in het begin van de jaren 70). De boom bleef behouden doch zijn leefruimte werd ingeperkt. Vervolgens werd in de nabije omgeving de ondergrondse parking van het Kolonel Dusartplein aangelegd. Hiervoor werd grondwater op grote schaal weggepompt (bemaling) en kreeg de boom te kampen met een vochttekort.

Ondanks de steeds veranderende omgeving herstelde de boom vrij snel en toonde een groot recuperatievermogen. Een onderzoek in 2000 leidde tot een aantal maatregelen m.b.t. het verbeteren van de standplaats. Zo werden meststoffen toegediend en werd vocht rond de wortels aangevoerd via een druppelsysteem vanuit de bibliotheek. Enkele jaren geleden werden de provinciale bibliotheek en de iep overgedragen aan de stad Hasselt. Het grootste probleem is momenteel bodemverdichting door frequente betreding van de wortels.

Tekst en beeld: Roger Meyen

Merkwaardige boom in de kijker
Bomenwerkgroep - facebookpagina
BELTREES databank

Nieuws

woensdag, 18 juli 2018
hoogstamboomgaard
Alden Biesen, één van de grootste kasteeldomeinen in de Euregio, is ook dé hoogstamboomgaard van Vlaanderen. Het landschap rond de voormalige landcommanderij is één van de weinige plaatsen in Vlaanderen...
maandag, 25 juni 2018
Drie foto's van de boom, samen met de kinderen, de gedeputeerde en Jef Van Meulder
Sinds oktober 2016 inventariseerde de Limburgse Bomenwerkgroep 1.999 merkwaardige bomen in Limburg. Nummer 2.000 is een tulpenboom die op de speelplaats staat van GO! basisschool De Kleurenboom in...
woensdag, 16 mei 2018
Iep Hasselt
In het centrum van Hasselt staat een monumentale iep die gespaard is gebleven van de iepenziekte. De Limburgse Bomenwerkgroep inventariseerde dit prachtexemplaar in 2017. De boom groeit op de hoek van...