Ga verder naar de inhoud

Interview Jos Eykens van de LIKONA Vissenwerkgroep

De Vissenwerkgroep van LIKONA werkt heel gericht rond projecten langs beken die onder de bevoegdheid van de provincie vallen. Omdat meten weten is, verzamelen de vrijwilligers zoveel mogelijk gegevens over het voorkomen en de verspreiding van vissen. Die informatie helpt om de impact van geplande werken beter te begrijpen, bij te sturen en op te volgen. Jos Eykens licht de werking van de groep toe.

Jos, klopt het dat jullie een beetje een buitenbeentje zijn binnen LIKONA?

“Dat mag je wel zeggen. Onze vrijwilligers zijn gebeten door het waterleven en staan graag letterlijk met hun voeten in grachten, sloten en kleine waterlopen. We gebruiken waadpakken, schepnetten, kuipen, meetplanken, meetapparatuur en elektrovismateriaal dat we ter beschikking hebben.  In de beek maken de oeverbegroeiing, obstakels en het substraat ons werk soms behoorlijk uitdagend. De inventarisaties zijn fysiek zwaar en de leeftijd van onze vaste kern helpt daar niet altijd bij. De veiligheid en het welzijn van onze mensen zijn daarom een belangrijke zorg.

Tegelijk dragen we zorg voor de dieren zelf. We werken met levende wezens, groot en klein en we willen uitval absoluut vermijden. Alle gevangen en gemeten vissen laten we netjes terug vrij in hun biotoop.”

Jullie werken ook nauw samen met overheidsinstellingen?

“Inderdaad. In overleg met de Dienst Waterbeheer van de provincie Limburg en met het Agentschap voor Natuur en Bos wordt jaarlijks een kalender opgesteld. Dat kan in functie zijn van geplande waterwerken, inrichtingswerken, opvolging en/of op vraag van natuurverenigingen. De inventarisaties leveren een schat aan informatie op waarop plannen worden afgestemd. Ons onderzoek geeft een goed beeld van de toestand van het visbestand in de kleinere waterlopen van Limburg en dat zegt veel over de waterkwaliteit. Volgens mij moet een goede waterkwaliteit vanzelfsprekend zijn. 

De laatste jaren werken we bovendien heel constructief samen met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Onze gegevens vullen elkaar perfect aan.”

Hoe is de Vissenwerkgroep georganiseerd en wat is jouw rol daarin?

“We hebben geen strikte structuur. We zijn vooral een team van enthousiastelingen met een hart voor vissen. In 1998 volgde ik de opleiding Natuurgids en kort daarna werd ik gevraagd om de Vissenwerkgroep te trekken, zogezegd als voorzitter. Maar de meeste ervaren medewerkers waren er al. Het ging vooral om coördineren en afstemmen. Met veel inzet hebben we dat uitgebouwd en dat werpt zijn vruchten af.”

Het lijkt wel alsof vissen je met de paplepel zijn ingegoten? Heb je nog andere interesses?

“Ik kom uit een vissersfamilie. Mijn grootvader had twee vijvers voor de opkweek van pootvis. Om de twee jaar werden die afgelaten en verkocht aan Zonhovense kwekers. Mijn vader, mijn broer en ik gingen ook vaak vissen, in de vijver of in ’t Vloot, een laaglandbeekje dat bijna volledig verdwenen is na de aanleg van het Schulensmeer.

Daarnaast ben ik actief in de Limburgse Plantenwerkgroep. Ik ben net als enkele andere natuurgidscursisten, na de opleiding, op sleeptouw genomen door onze mentor, Hugo Vanderlinden. Zo groeide mijn liefde voor wilde orchideeën en voor kalk- en bergflora. En waar bloemen zijn, zijn vlinders. Zo rolde ik van het ene in het andere. Eigenlijk heb ik een brede interesse in alles wat de natuur te bieden heeft en hecht ik heel veel belang aan de samenhang binnen en tussen ecosystemen.

Bij natuurinrichtingsprojecten zou er meer aandacht moeten gaan naar wat er wel nog is en dat in de eerste plaats ter plaatse verankeren en versterken, om daarna kleinschalig uit te breiden naar bepaalde doelsoorten van Europa. Daar zal de natuur en de biodiversiteit wel bij varen. En dat mis ik op dit ogenblik in mijn leefomgeving.”

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen voor het waterleven in beken en rivieren?

“De waterkwaliteit is een grote zorg. Die gaat de laatste jaren echt niet meer vooruit. De impact van overstorten wordt in deze context zwaar onderschat: één overstort kan alle vooruitgang in een beek tenietdoen. Hier ligt een duidelijke verantwoordelijkheid bij de overheid.

Ook droogteperiodes vormen een probleem. Ze zijn moeilijk te voorspellen, maar het is cruciaal dat in al onze beken in de zomer een minimaal waterpeil wordt nagestreefd. Dat heeft een positieve invloed op de omgeving én op het grondwaterpeil. Als het waterpeil in onze beken te laag wordt, zijn grotere vissen meestal de dupe en moeten ze op zoek naar dieper water. Lukt dat niet, dan sterven ze een stille dood.”

Kan de bever daar niet bij helpen? Die stuwt toch water op?

“De ene beek is de andere niet. De bever heeft zeker zijn waarde, maar lokaal kan hij voor problemen zorgen. Limburg herbergt een zeer groot deel van de levensvatbare Vlaamse beekprikpopulaties. Maar door de talrijke beverdammen in de bronbeekjes van het Kempens Plateau komen de beekprikpopulaties in hun biotoop sterk onder druk te staan en worden ze bedreigd in hun voortbestaan. En we mogen niet vergeten dat de beekprik een bedreigde soort is, opgenomen in de Habitatrichtlijn en in de Rode Lijst. 

Voor onze werkgroep is het een extra uitdaging om deze problemen bij de juiste instanties blijven aan te kaarten — en te hopen dat er dan actie volgt, voordat het te laat is.”

Heb je een topsoort die het grote publiek zeker moet leren kennen?

“Zonder twijfel: de beekprik. Maar onze alarmsignalen worden nauwelijks opgepikt en dat kan de soort zuur opbreken.

Eigenlijk is elke vissoort belangrijk. De meeste vissen staan onderaan de voedselketen en zijn een graadmeter voor de kwaliteit van het hele ecosysteem. Vooral in onze kleinere beken kan het beter. Elke beek zou een toplocatie moeten zijn.”

Foto Beek @Robin Reynders (Provincie Limburg)
Foto beverdam @Marcel Bex
Foto beekprik @Frits Brink (Saxifraga)
 

Gerelateerde publicaties

Leerkrachten en leerlingen zitten nog altijd te veel tussen vier muren. Terwijl kinderen net buiten tot rust komen, zich verbinden met…
Het Provinciaal Natuurcentrum zet al enkele jaren sterk in op ‘natuurverbindingen’. Door natuurgebieden met elkaar te verbinden, ontstaat…

Doe mee

Samen zetten we onze schouders onder een groene en duurzame provincie.