Interview stagiair Joris Vanhove over 'Weesbomen'
Joris Vanhove, student Groenmanagement aan PXL-Green&Tech, volgde Julie Bosmans op als ‘onderzoeker van weesbomen’ bij het PNC. Beiden bestudeerden voor hun thesis de verborgen rijkdom aan leven op zes solitaire boomreuzen. Hoewel Joris pas in mei afstudeert, strikken we hem nu alvast voor een gesprek. In maart start hij immers als vegetatiekundige bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
Joris, kan je het weesboomonderzoek kort toelichten?
“Ons onderzoek richt zich op de waarde van solitaire bomen en hun rol als schakels in het landschap. Dergelijke bomen kunnen fungeren als stapstenen in natuurverbindingen. We hebben onder andere 0-metingen uitgevoerd waarbij de boom volledig geïsoleerd staat, zonder connectie met de omgeving. Als zo’n boom een echte hotspot voor biodiversiteit blijkt te zijn, kan je overwegen hem te verbinden met houtkanten of andere houtige vegetatie.
Naast de landelijk gelegen bomen bekijk ik ook twee exemplaren in de stedelijke omgeving van Hasselt. Die zorgen voor nieuwe inzichten over stadsnatuur. Op termijn moet ons onderzoek beleidsaanbevelingen opleveren.
Julie en ik onderzochten samen zes bomen. Ik concentreer me op vier zomereiken en een aantal diergroepen: spinnen, mieren, kevers (vooral loopkevers en kortschildkevers) en vleermuizen. Samen vormen ze een voedselweb.”
Zijn er nu al resultaten die kan delen met ons?
“Het is nog te vroeg voor grote conclusies, maar één ding is duidelijk: voor sommige geleedpotigen volstaat één boom al om te overleven. Ook de stadsboom in Hasselt leverde opvallende soorten op – voorbeelden van ‘nieuwe natuur’ die nu enkel kunnen overleven door het warmere stadsklimaat. Mogelijks mogen we deze soorten in de toekomst ook in het buitengebied verwachten.
Een interessant voorbeeld is Zodarion italicum, de oranje mierenjager. Deze soort komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied maar rukt steeds verder op. Ze heeft Hasselt waarschijnlijk bereikt via de steenslag van de spoorwegbedding en gedijt in het warmere stadsklimaat.
Verder valt op dat insecten op de stadsboom gemiddeld kleiner zijn, wat volgens de literatuur te maken heeft met stressfactoren.
In totaal hebben we ongeveer 400 soorten gevonden en gedetermineerd. Een ontdekking waar ik bijzonder trots op ben, is die van de gewone mijnspin in Hommelheide (Hasselt), vlak bij onze onderzoeksboom. Volgens de literatuur houdt deze soort vooral van zonnige zandgronden, maar de variatie in het landschap zorgt dat de spin in Hommelheide een leefgebied vindt. Deze mijnspin – verwant aan de vogelspin – bouwt een buisvormige holte grotendeels onder de grond, met een ingang verstopt onder bladeren, mos en dood materiaal. Wanneer een insect voorbij loopt, kan ze razendsnel toeslaan. Jammer genoeg ziet haar toekomst er somber uit, want de omgeving ligt in een vergunde verkaveling.
Heb je een lievelingssoort?
“Zonder twijfel: het klein vliegend hert. Die soort is een stuk kleiner dan zijn grote broer, het gewone vliegend hert, en ook de gewei-achtige kaken bij de mannetjes zijn kleiner. Het klein vliegend hert houdt van oudere bomen met kleine holtes, afgebroken takken en gevallen bladeren. De volwassen kevers leven van boomsappen, terwijl de larven verzot zijn op vermolmd hout.”
De laatste tijd duiken er wel eens flaters op rond het gebruik van AI in onderzoek. Gebruik jij het ook?
“Ik determineer soorten vooral op zicht. AI, gespecialiseerde websites en boeken gebruik ik indien nodig als controle. AI kan een proces enorm versnellen. Zo is het mogelijk om ruwe velddata te laten combineren met informatie uit atlassen en ecologische beschrijvingen. Je moet wel kritisch blijven. Mijn echte partner in crime is trouwens niet AI, maar mijn Olympus TG‑6: de kleinste macrocamera die je kan vinden, en een waardige opvolger van het klassieke loepje.”
Klopt het dat je al kan starten bij het INBO, nog voor je bent afgestudeerd?
“Ja. Ik moet enkel mijn thesis nog afronden en verdedigen, maar ik heb al heel wat professionele waters doorzwommen. Bij het INBO zal ik meewerken aan de actualisatie van de Biologische Waarderingskaarten. Via PXL en de Genkse plantenwerkgroep heb ik vier jaar intensief met planten gewerkt, wat een voordeel was tijdens de sollicitaties. Mijn interesses evolueren voortdurend. Terwijl je met één onderzoek bezig bent, dient zich alweer een nieuw thema aan. Momenteel ben ik onder andere intensief bezig met nachtvlinders.”
Er valt duidelijk nog heel wat te ontdekken. We wensen Joris veel succes met het afronden van zijn thesis en zijn nieuwe job bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
Foto's:
- Zodarion italicum - Ludivine Lamare
- Klein vliegend hert - Holger Krisp
Gerelateerde publicaties
Doe mee
Samen zetten we onze schouders onder een groene en duurzame provincie.