Interview stagiaire Sjoukje Jennes - Een natuurverbinding voor amfibieën in Hasselt
Het Provinciaal Natuurcentrum zet al enkele jaren sterk in op ‘natuurverbindingen’. Door natuurgebieden met elkaar te verbinden, ontstaat een netwerk waarin planten en dieren zich makkelijker kunnen verplaatsen.
Studente Sjoukje Jennes (Thomas More Hogeschool) onderzocht in haar bachelorproef de situatie van het ingesloten natuurgebied Tommelen in Hasselt en de gevolgen voor amfibieën. We spraken haar over haar onderzoek.
Sjoukje, kan je jouw proefopzet kort toelichten?
"Mijn bachelorproef maakt deel uit van een groter project van het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren in Hasselt. Zij willen de natuurgebieden Tommelen en Herkenrodebossen die zo’n drie kilometer uit elkaar liggen met elkaar verbinden.
Tommelen herbergt de grootste populatie kamsalamanders van Vlaanderen. Het probleem is dat het gebied volledig omsloten wordt door spoorwegen, stedelijke bebouwing en de E313. Daardoor raken de dieren letterlijk ingesloten, met als gevolg weinig genetische uitwisseling. Dat zet hun voortbestaan onder druk.
Een verbinding met de Herkenrodebossen - een potentieel leefgebied - kan een oplossing bieden, maar de E313 vormt een stevige barrière."
Een snelweg overbruggen klinkt niet evident…
"Klopt. Daarom onderzoek ik mogelijke ontsnipperingsmaatregelen. Er bestaan vier doorgangen onder de snelweg die in theorie potentieel hebben als faunapassage: de doorgang aan de Schimpenstraat, de brug aan de Runksterkiezel, de afwateringskoker van de Sterrebeek en de duiker van de Dormaalbeek. Ik bekijk welke optie het meest geschikt is en hoe we die optimaal kunnen inrichten.
Daarnaast ga ik na hoe de amfibieën zich verplaatsen in het gebied tussen de beide natuurkernen. De snelweg is immers niet het enige obstakel: ook andere wegen vormen barrières. Voor een goed functionerende verbinding moeten amfibieën zich door het volledige landschap kunnen bewegen."
Wat is de impact van wegen op amfibieën?
"Wegen zorgen in de eerste plaats voor verlies van leefgebied. Daarnaast verslechtert de kwaliteit van de omgeving door licht- en geluidshinder en vervuiling, bijvoorbeeld door afstromend regenwater met olie en zware metalen.
Of kikkers, padden en salamanders een weg kunnen oversteken, hangt sterk af van de verkeersdrukte. Omdat de dieren traag bewegen en dicht bij de grond blijven, zijn ze erg kwetsbaar voor verkeer. Vanaf ongeveer 1.000 voertuigen per dag wordt een weg een echte barrière: er worden minder oversteekpogingen gedaan en die mislukken vaak.
Daarom ben ik verkeer gaan tellen. Op plekken met veel verkeer en veel slachtoffers kan een amfibietunnel een oplossing zijn."
Hoe bracht je de verplaatsingen van amfibieën in kaart?
"We hebben ons vooral gericht op de voorjaarstrek, wanneer amfibieën naar hun voortplantingsplaatsen trekken. Dat gebeurt op vochtige avonden in februari en maart, bij temperaturen boven 9°C.
Tijdens die momenten reden we vastgelegde trajecten af met de fiets. Alle amfibieën die we op de weg tegenkwamen, werden ingevoerd op Waarnemingen.be. Zo kregen we een duidelijk beeld van waar ze wel en niet migreren."
Waarom krijgt de kamsalamander zoveel aandacht?
"De kamsalamander is in Europa beschermd via de Habitatrichtlijn en staat op de Vlaamse rode lijst als ‘kwetsbaar’. In Limburg is het bovendien een prioritaire soort.
Daarnaast is het een zogenaamde paraplusoort die hoge eisen stelt aan haar leefgebied. Als je maatregelen neemt voor de kamsalamander, profiteren daar andere amfibieën ook van."
Je plaatste ook wildcamera’s. Waarom?
"Met die camera’s wilden we nagaan of andere dieren de mogelijke doorgangen ook gebruiken. Als dat zo is, verhoogt dat natuurlijk de waarde van zo’n passage."
Je onderzoek is nog niet afgerond, maar kan je al iets delen met ons?
"We zien een duidelijke concentratie van amfibieën op de flank van de brug bij Tommelen. Dat wijst erop dat die plek nu al gebruikt wordt en dus potentieel heeft als faunapassage.
Ook aan het begin van de Veldstraat vonden we een cluster. Daar is veel verkeer en zijn er veel verkeersslachtoffers. Omdat die straat een belangrijke schakel vormt in de migratieroute, lijkt de aanleg van een amfibietunnel daar aangewezen.
Eens de Veldstraat gepasseerd is, wordt het landschap gunstiger: er zijn meer houtkanten en andere lijnvormige elementen die de dieren helpen zich te verplaatsen."
Wat hoop je dat jouw onderzoek teweegbrengt, en heeft het je ideeën gegeven voor je latere carrière?
"Ik hoop dat mijn conclusies niet in een lade belanden, maar echt bijdragen aan de aanleg van de nodige faunapassages.
Het onderzoek was bijzonder boeiend door de grote variatie aan deelstudies. We combineerden onder meer fuikenonderzoek, amfibieënoverzettingen, wildcamera’s en verkeerstellingen. Die afwisseling leverde me veel nieuwe kennis en praktijkervaring op. Bovendien is het erg motiverend om mee te werken aan een project met een duidelijke ecologische meerwaarde.
Het project heeft me ook aan het denken gezet over mijn toekomst. Ik merkte hoe sterk veldwerk me aanspreekt. Daarnaast vind ik het probleemoplossend werken en het zoeken naar oplossingen voor ecologische knelpunten bijzonder interessant en motiverend."
Gerelateerde publicaties
Doe mee
Samen zetten we onze schouders onder een groene en duurzame provincie.